Om het verband verder te onderzoeken, voerden de onderzoekers een fecale transplantatie uit op de muizen in de controlegroep, waarbij ze fecale materie van de eerste groep overbrachten om het darmmicrobioom van de controlegroep te veranderen. Zoals verwacht begonnen de pups in de tweede groep autisme-achtige neurologische ontwikkelingsstoornissen te ontwikkelen, wat bevestigt dat het microbioom een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van deze aandoeningen.
Hoewel deze studie sterk bewijs levert voor een verband tussen de darmgezondheid van de moeder en het ontstaan van neurologische ontwikkelingsstoornissen, bevindt de studie zich nog in een vroeg stadium. Onderzoekers waarschuwen dat deze bevindingen voorlopig zijn en mogelijk niet direct van toepassing zijn op zwangerschappen bij mensen. Desalniettemin opent het een intrigerende nieuwe weg voor autismeonderzoek en benadrukt het het belang van het microbioom van de moeder voor de neurologische ontwikkeling van het kind.
De volgende stap in dit onderzoek, aldus Lukens, is bepalen of vergelijkbare patronen ook bij mensen voorkomen. Onderzoekers zullen de specifieke factoren in het microbioom van de moeder moeten onderzoeken die mogelijk bijdragen aan de ontwikkeling van autisme. Mogelijk spelen er ook andere moleculen een rol. Zoals Lukens al aangaf, zou IL-17a slechts één stukje van een veel grotere, complexere puzzel kunnen zijn.
Deze studie onderstreept de complexe relatie tussen ons microbioom en onze gezondheid. Hieruit blijkt dat de microbiële omgeving in de darmen van de moeder een cruciale factor kan zijn bij neurologische ontwikkelingsstoornissen. Deze studie kan mogelijk richtinggevend zijn voor toekomstige therapeutische strategieën voor autisme en vergelijkbare stoornissen.