Kinderen worden groot, haren worden grijs, het leven neemt een andere wending, maar de afwezigheid blijft, als een meubelstuk dat te zwaar is om te verplaatsen. Op een herfstochtend verandert echter alles: een witte envelop, zonder naam of adres, ligt in de brievenbus.
Binnenin stond één enkele zin: « Haast je naar het station. »
Geen « hallo, » geen handtekening, niets. Alleen dit gebiedende wijs.
Elise aarzelt, bang voor een truc, een dwaalspoor. Maar diep vanbinnen ontwaakt er iets in haar: een vertrouwd voorgevoel, een echo van haar verleden. Dus trekt ze haar jas aan, waarschuwt haar inmiddels volwassen dochter en gaat op pad, haar hart bonzend zoals toen ze twintig was.
De onverwachte ontmoeting op het perron.
