Dertig jaar later klopt het verleden aan de deur.
Op een dag duikt de man echter weer op. Oud en zichtbaar verzwakt, vraagt hij om een ontmoeting met degenen die hij achterliet. De ontmoeting is ingetogen, bijna stil. De documenten liggen uitgespreid op tafel. De feiten spreken voor zich.
Eindelijk begrijpt hij het. Te laat. De excuses komen binnen, zwaar van spijt, maar de kinderen, inmiddels volwassen en evenwichtig, kennen hun waarde. Ze luisteren, zonder boosheid of verwachtingen. Ze hebben niets te verantwoorden, noch iets te bieden.