Aspirine is een klein pilletje met een grote impact. Het redt jaarlijks zo’n 100.000 levens door bloedstolsels te voorkomen die kunnen leiden tot hartaanvallen en beroertes. Recente veranderingen in medische richtlijnen hebben echter bij velen voor verwarring gezorgd over het gebruik ervan. In dit artikel onderzoeken we hoe aspirine werkt, wanneer u het moet innemen en wanneer u het beter kunt vermijden, en geven we enkele alternatieven voor een gezond hart. (Gebaseerd op de expertise van Dr. Ford Brewer)
Belangrijkste punten:
Aspirine kan bloedstolsels voorkomen en zo het risico op hartaanvallen en beroertes verminderen.
Recente richtlijnen bevelen aspirine voornamelijk aan voor mensen met bestaande hartproblemen, niet voor iedereen.
Atriumfibrilleren is een aandoening waarbij aspirine niet effectief is ter voorkoming van een beroerte.
Er bestaan natuurlijke alternatieven voor aspirine, maar die zijn mogelijk minder effectief.
Aspirine begrijpen:
Aspirine, of acetylsalicylzuur, bestaat al heel lang. Het werd voor het eerst ontdekt in 1897 door Felix Hoffman, een chemicus die voor Bayer werkte. Hij zocht naar een manier om een effectievere pijnstiller te ontwikkelen op basis van een eeuwenoud natuurlijk middel: wilgenschors. Deze schors bevat salicylaten, die pijn en ontstekingen verminderen.
Hoe aspirine werkt
Aspirine werkt door te voorkomen dat bloedplaatjes in het bloed samenklonteren. Dit is cruciaal, want wanneer bloedplaatjes samenklonteren, kunnen ze stolsels vormen die de bloedstroom blokkeren, wat kan leiden tot hartaanvallen of beroertes. Terwijl andere bloedverdunners zoals warfarine zich op andere onderdelen van het stollingsproces richten, remt aspirine specifiek de activering van bloedplaatjes.
Bijwerkingen van aspirine
Hoewel aspirine vrij verkrijgbaar is, is het niet zonder risico’s. Enkele veelvoorkomende bijwerkingen zijn:
Als je wilt doorgaan, klik op de knop onder de advertentie
Lees verder door hieronder op de knop (VOLGENDE 》) te klikken !